vrijdag 10 september 2010


Werk in de Fabriek/Kelder
Minimaliseren

In het stukje "werk op wijngaard"  heb je kunnen lezen hoe Jean Boubly zijn druifjes heeft gemaakt. We pakken de zaak weer op het moment dat Jean zijn druiven met zijn bus afgeleverd heeft bij een plaatselijk perslokaal (ter informatie: hier zitten geen mannetjes met PC's en mobiele telefoons). Nee dit is een hok dat vol staat met druifjes en wonderbaarlijke brokjes techniek.


Niet ieder klein boertje kan zelf een dure automatische druivenpers betalen. Die dingen worden dus met een paar producenten gedeeld. De grote jongens zoals Moët en Chandon, en Castelane hebben natuurlijk wel eigen persen. De druiven worden bij binnenkomst gewogen en daar zit dan ook een officiële controlejuf bij, die in de gaten houdt of Jean niet te veel druiven aanlevert. Vermocht Jean te veel druiven hebben dan brengt zijn broer of een andere toevallige passant de druiven naar binnen en dan klopt de Franse boekhouding gelukkig weer helemaal...


De druiven worden binnen een uur in de druivenpers gedaan. Vroeger gebruikte men daar een houten vat voor waarin men een deksel drukt. Deze kom je tegenwoordig vooral nog tegen bij een bezoek aan de toeristische  Champagnehuizen. In de praktijk  worden ze echter nauwelijks meer gebruikt.

presshoriz01.jpg

De moderne pers is een lollig apparaat dat in de rondte draait en waarin een grote ballon zit. De ballon wordt langzaam opgeblazen en de druifjes worden dan tegen de zijkant aan geperst met een kracht die te vergelijken is met de kracht die je tussen duim en wijsvinger kan zetten. Je hebt kleine en grote persen en verschillende pers- technieken. Uiteindelijk komen ze allemaal toch weer op het principe uit van de uitvinder van de horizontale druivenpers, de olijke monnik Dom Perignon. Bij de eerste persing krijgt men 2050 liter sap uit 4000 kilo druiven. Dit vocht noemt men de premier taille.

Dan wordt de pers opengemaakt en schudt men de zaak nog eens door elkaar en start de tweede persing. In deze persing ontstaat nog eens 500 liter sap, de deuxieme taille. De premier taille is de beste kwaliteit en vele producenten gebruiken voor hun top Champagne alleen de premier taille. De deuxieme taille is het laatste sap dat dicht tegen de schil aan heeft gezeten en is dus wat bitterder van smaak. Vroeger deed men ook nog een derde persing echter mag dat tegenwoordig van de Wijze Mannen met de Rode Neuzen niet meer.

De prijs van de druiven is afhankelijk van de kwaliteit en het ras. Van druiven die duurder zijn (bijv. druiven uit een Grand Crustreek) zal men eerder het sap van de tweede persing gebruiken dan bij de goedkopere druiven. 


Iedere lading druiven die wordt afgeleverd bij het perslokaal wordt apart geperst. De sapjes worden ook per leverancier, per taille en per wijngaard in roestvrijstalen tanks opgeslagen. Na 12 uur zijn de eerste onzuiverheden in de tank neergedaald, tijdens het zgn. debourageproces.  's Avonds, als het huurleger zich te buiten gaat aan een overheerlijk Frans diner en de nodige joints gaat Jean met een tankauto zijn sapjes op halen bij het perslokaal. De inhoud van de tankauto wordt overgepompt naar de tanks die bij Jean (of bij zijn broer, neef of andere handige geestverwant) in de kelder staan.

ChampagneInfo071.jpg

ChampagneInfo073.jpg

Jean is benieuwd en gaat meteen meten hoe de zuurgraad en het suikergehalte van het sap is. Met allerlei metertjes en tabelletjes kwalificeert hij de Champagnewijn. Afhankelijk van wat hij vindt voegt hij een hoeveelheid gist en chemicaliën toe in de tank om de eerste gisting (melkzuur/malaloctische gisting) op gang te brengen. De aanwezige druivensuikers worden in dit proces omgezet in koolzuur en alcohol, deze koolzuur ontsnapt uit de tank.


Tijdens deze gisting die ongeveer een maand duurt is het de bedoeling dat  het sap op een temperatuur van ongeveer 17 graden wordt gehouden. De ene producent houdt de temperatuur wat hoger (om de Champagnes wat voller te maken). De andere gaat bewust wat lager zitten (om de zuren vast te houden). Het is dus belangrijk om de temperatuur tijdens de eerste gisting goed te beheersen.  Da's nog best wel een kunst als het buiten 30 a 33 graden is. Soms zie je dan ook dat er spiralen om de tanks heen lopen waar men koelvloeistof (gekoeld water, freon, stikstof o.i.d.) door laat lopen. De kleinere huizen hebben deze faciliteiten vaak niet en dus kan je  achteraf kwaliteitsproblemen krijgen als het buiten te warm is geweest tijdens de oogst.
 

ChampagneInfo077.jpg

Na een maand worden de verontreinigingen en bezinksels verwijderd. Dit wordt het klaren van de wijn genoemd. Het resultaat is een stille wijn. Normale wijn zou dan m.u.v. het rijpen op vat klaar zijn, bij Champagne moet er nog veel meer gebeuren voordat hij klaar is.

Bij de grotere huizen bepalen een keldermeester en zijn team, met behulp van technisch vernuftige apparaten en zeer gevoelige neus, hoe ze de ideale mix kunnen maken van wel 70 verschillend stille wijnen die men op vat heeft liggen. Het knappe hiervan is dat men niet de smaak en geur op dat moment bekijkt maar ook rekening houdt met het vervolgproces dat nog vier tot acht jaar zal duren.


ChampagneInfo079.jpg

Men mixt, rommelt, proeft, telt de reservevoorraden en laat de marktverwachtingen er nog eens op los. Het grappige is dat de keldermeester moet roeien met de riemen die hij heeft. Natuurlijk kan hij een heerlijke Champagne maken van 100% Grand CruPinot-Noir druiven van een goed jaar. Als hij daar echter maar een beperkte voorraad van heeft is dit niet echt handig voor de omzet. Dan kan je beter een mixje maken met een iets mindere kwaliteit maar wel voldoende flesjes om de vraag te dekken. Ook moet de keldermeester rekening houden met de behoefte van de kopers tegen de tijd dat de Champagne klaar is voor consumptie. Dit laatste levert hele leuke taferelen op. Niemand wist immers tien jaar geleden dat de jeugd op dit moment op grote schaal Breezers zou drinken en nu opeens ook Rosé Champagne wil.


Als de mix in het lab is bepaald wordt het uiteindelijke recept van een Champagne naar de fabriek gestuurd en begint men met de stille wijnen te mixen op grote schaal (de assemblage). In de grote rvs tanks wordt ook de bottelvloeistof toegevoegd (die uit wijn en rietsuiker bestaat) en husselt men de zaak voorzichtig door elkaar. De mix wordt over het algemeen in 0,75 of 1,5 liter flesjes gestopt. Bijna 90% van de flessen zijn 75 cl. Enkele producenten vullen ook grotere flessen. Het is echter gebruikelijker om grotere flessen pas in een later stadium te vullen met de inhoud van 1,5 liter flesjes. De flessen worden voorzien van een plastic bidule (letterlijk vertaald: dingetje) en een kroonkurk. Vroeger wilde men nog wel eens een tijdelijke kurk gebruiken. Daar is men rond 1970 om economische redenen mee opgehouden. Als je dus een fles in de kelder ziet liggen met een kurk dan is het dus een oudje.
 
De Champagnehuizen hebben onder de grond hele grote kelders gegraven of ze hebben oude kalkputten  omgebouwd tot kelder. De kalkputten zijn sinds de Romeinse tijd gegraven om allerlei steentjes af te graven om stevige muurtjes en mooie huizen van te bouwen. Hoe je het ook bekijkt, een kelder zit onder de grond en die grond is in de Champagnestreek vaak  kalkgrond. Een kelderuitbreiding was vroeger dan ook redelijk simpel: Je hakte gewoon een groot stuk kalk weg, dan nog de randjes en de vloer afwerken en klaar is Klara. Zo ontstonden lange gangen, in eerste instantie een beetje kriskras door elkaar maar al snel keurig in parallelstraatjes die onderling zijn verbonden met zijstraatjes. De grootste straat in de kelder heet bij menig huis "Champs Elysee". De andere straten krijgen vaak de naam van de medewerker die er al een jaar of dertig in de kelder heeft gewerkt.
ChampagneInfo085.jpg

Het graven gebeurt al een paar eeuwen en het einde van de opslagcapaciteit is in zicht, zeker in de druk bevolkte gebieden zoals Reims en Epernay. Onder de heuvel nabij Epernay kan je bijvoorbeeld geen gaatje in de muur meer boren zonder bij een buurman uit te komen. Een aantal Champagnehuizen zijn dus maar de diepte i.p.v. de breedte ingegaan. Zij hebben  kelders met meerdere verdiepingen. Wel effies opletten dat het plafond niet te zwak wordt waardoor de kelder instort en er weer een paar miljoen flessen aan diggelen gaan. De totale lengte van alle straatjes bij elkaar is ongeveer 200 kilometer, en dat alles ondergronds...

De flessen worden naar de kelders gebracht waar ze in de straatjes op latjes (sur lattes) op elkaar worden gestapeld. In 200 kilometer gangenstelsel kan je best wel wat flesjes kwijt, er lagen vorig jaar 980 miljoen flessen onder de grond in de Champagnestreek.


ChampagneInfo084.jpg

De temperatuur in de kelders is lekker koel (afhankelijk van de diepte van de kelder maar grofweg een graad of 12). Laat dit nou net de ideale temperatuur zijn voor de verdere rijping. De tijd dat de rijping duurt is afhankelijk van de druivenmix en de smaak van de producent. Relatief goedkope Champagnes met veel Pinot Meunier worden na drie jaar verder verwerkt. Betere Champagnes liggen soms wel 9 jaar voordat ze verder worden verwerkt. Extremere uitzonderingen zijn ook mogelijk. Ik ken een aantal producenten die nog Champagnes uit het begin van de vorige eeuw hebben liggen. Sommige zijn voor consumptie geschikt maar het merendeel van de oudjes wordt gebruikt voor technisch onderzoek en om het effect van extreem lange gisting te bekijken.


Tijdens de tweede gisting op fles worden suikers en giststoffen omgezet in koolzuur en alcohol. Het koolzuur kan niet uit de fles ontsnappen en lost dus op in de wijn. De wijn wordt mousserend. De gist werkt  na korte tijd niet echt leuk meer mee aan het gisting proces en slaat neer in de fles. De gistresten geven nog wel extra aroma’s af in de resterende jaren dat de flesjes op de latjes liggen.

Na een aantal jaren is het echter tijd om wat zinnigs met de gerijpte mix te gaan doen. Gistresten en andere bezinksels zijn niet lekker en ongewenst. Als je ze niet zou verwijderen en de zaak zou gaan versturen gist de Champagne nog een klein beetje door, net voldoende om de fles uiteindelijk te laten ploffen (op een moment, wijze en plaats die de nieuwe eigenaar echt niet zelf voor het kiezen heeft).

ChampagneInfo086.jpg

De resten die aan de wand van de fles zitten komen door het remueren langzaam los van de fles en zakken (zonder weer in de wijn op te lossen) naar de hals van de fles. Bij deze vorm van remueren staan de flessen na 12 weken weer bijna rechtop (ondersteboven uiteraard) en zit er onder de tijdelijke kurk de prop reststoffen die vervolgens uit de hals van de fles moet worden gehaald.

De techniek heeft echter niet stil gestaan. Het ventje en zijn loodzware eiken rekken zijn vervangen door een automatische schudmachine (een zgn. Gyropallette) en metalen kratjes. Het principe is ongeveer hetzelfde. Flesjes worden regelmatig geschud en gedraaid en steeds meer rechtop gezet. Er worden grote kratten met flessen op de gyropallette gezet. Dezelfde bakken worden ook voor het vervolgproces gebruikt De Gyropallette kan  vaker en intelligenter schudden dan het ventje en wordt ondertussen door akelig slimme computerprogramma's bestuurd. De keldermeesters zitten nog vaak aan hun programma's te rommelen om nog sneller tot een goed eindresultaat te komen. Ze bereiken nu in 5 tot 6 weken hetzelfde resultaat  als  een snelle traditionele remueur in 12 weken. De bidule (weet je nog: het "dingetje") zorgt ervoor dat de gistprop niet aan de binnenkant van de fleshals gaat hechten.

gyro.jpg


Als je tegenwoordig op kelderbezoek gaat wil men je nog wel eens de indruk geven dat men nog steeds gebruik maakt van eiken pupitres en handmatige remueurs. Ook suggereert men dat er eiken- houten vaten worden gebruikt. Men liegt niet echt. Op kleine schaal worden nog eikenhouten vaten gebruikt en vele grote Champagnehuizen hebben nog één of twee parttime remueurs in dienst. Dit zijn vaak gezellige oude mannekens met een rode neus en typisch franse petjes. Zij remueren met de hand de grotere flessen die niet in een  gyropallette passen en de speciale flessen Champagne waarvan men zegt dat handmatige remuage een veel beter resultaat oplevert (ik denk zelf dat dit meer met marketing te maken heeft). De huidige bezoeker vindt een computer gestuurde machine minder romantisch dan een ventje met een eiken rek. Ik hoor niet tot de gemiddelde bezoeker maar bij de nieuwe generatie die juist warm loopt voor wonderschone stukjes computergestuurde schudtechniek. Ik vermoed dat je handmatige remuage op termijn alleen nog maar in het museum kan zien en bij de kleinere Champagneproducent die nog geen dure gyropallette en een hele kudde metalen kratjes kan betalen.

De flessen worden na het remueren tegenwoordig uit de kelder gehaald en in de kratjes met de hals naar benden naar de steriele (lees: hygiënisch goedgekeurde) fabriekshal gebracht. Daar gaan de flessen een productielijn op. Een robotje (de foto rechts is al wat ouder) vist de flesjes uit het kratje en zet ze in op de kop op een lopende band met gaten. De hals van de fles steekt onder de lopende band uit. De lopende band loopt door een badje met een ijskoude zoutoplossing. De hals van de fles wordt ondergedompeld in de vloeistof en de hals bevriest met inhoud en al. De volgende robot haalt de flesjes van de band en zet ze in het volgende brok vernuft: de degorgement machine.

 

ChampagneInfo099.jpg


In de machine wordt de kroonkurk van de fles gewipt. De druk in de fles vuurt de ijsklont met bidule en al af. Dan wordt in dezelfde machine de dosagevloeistof toegevoegd. Dit is dezelfde wijn als de Champagne zelf maar dan met een dosis suiker erin. Met de liqueur de tirage zorgt de producent ervoor dat de Champagne fles bijgevuld wordt en doseert hij tegelijkertijd het suikergehalte. Dit is dan ook het moment waarop bepaald word welke smaaktype de Champagne krijgt.


Type Champagne Suikergehalte Opmerkingen
Extra-Brut, Brut Integral of Brut Zero 0%  Voor de ervaren Champagne drinker en/of degene die van erg droge Champagne houdt.
Brut 1%  Voor het merendeel van Champagneminnend Nederland.
Extra-sec 1-3 % Het compromis tussen zoet en droog.
Demi-Sec/Dry 3-5% Voor de liefhebbers van zoete Champagne (vaak de voorkeur van dames)
Doux  8-15% Voor de liefhebbers van zeer zoete Champagne


Dan wordt er een kurk aangebracht die voordat hij in de fles gaat gewoon cilindrisch is. De kurk is uit meerdere platen gestanst die op elkaar geplakt zijn. De kant van de kurk die aan de Champagnezijde zit moet ervoor zorgen dat de bubbels niet tussen kurk en fles kunnen ontsnappen. Hiervoor neemt men dus één of meer lagen dure Portugese kurk. De toplaag van de kurk wordt gemaakt van goedkoper kurkagglomeraat. De kurk wordt in de machine samengeperst en dan in de fles gedrukt.
 

ChampagneInfo108.jpg

De kurk blijft er net na de degorgement vanzelf in zitten maar dat kan niet lang duren. Dus zet men hem vast met een listig ijzerdraadje in de vorm van een muilkorf (wellicht noemen de fransen het draadwerk daarom ook een muselet). Om nou te zorgen dat hij ijzerdraadje niet door de kurk snijdt en de draadjes op hun plek blijven zitten wordt eerst een metalen plaatje (plaque) op de kop van de kurk gezet. Dan wordt de muselet (in drie volle slagen) over kurk en plaques geschoven en wordt de muselet net onder de ring in de fles dichtgedraaid, een lipje achterlatend dat je nodig hebt om de fles te openen. Werkelijk briljant...


Misschien een aardig detail: Als je een kurk met plaques goed bekijkt kan je al een behoorlijk aardige inschatting maken van hetgeen er in je glas/fles zit. Als je een kurk met drie dunne lagen kurk of twee dikke lagen kurk in handen hebt dan weet je dat de maker er rekening mee gehouden heeft dat je de Champagne enige tijd in opslag heb gehad voordat je de Champagne serveert. Da's een goed teken. Als de Champagne niet bedoeld is om te bewaren (bijv. bij goedkoop bocht met veel Pinot Meunier) kan de kurk niet redden wat onvermijdelijk gaat gebeuren: snelle veroudering. De kniert die een goede bewaarchampagne afwerkt met een goedkope kurk snapt het ook niet. Jij bewaart de Champagne enige jaren en denkt na een paar jaar een vrolijk avondje te hebben met een lekker flesje. Kurk eruit en wat blijkt: het merendeel van de bubbels is weg. Dus om een lang verhaal kort te maken: weinig kurk = Oh-Oh :-( 

ChampagneInfo104.jpg
ChampagneInfo110.jpg

Er zijn overigens een paar producenten die de kurken nog op de traditionele manier bevestigen. Een listig machientje bindt de kurk gewoon vast op de fles. De plaque wordt achterwege gelaten. Om te voorkomen dat de draadjes insnijden wordt de bovenkant van de kurk in de rode (zegel)lak gedoopt die later hard wordt. Bij de Champagnes die  op deze manier zijn dichtgemaakt wordt een heel leuk schaartje geleverd dat speciaal ontworpen is voor het openen van de Champagne. Hoe gek/leuk kan je het maken?

Als laatste worden de glimmende toeters en bellen op de fles met een machine aangebracht. Manchet om de hals, soms een klein etiketje om de hals en een etiket op de fles zelf, doosje eromheen en klaar is Klara.

  
 
 
Privacybeleid  |  Gebruiksovereenkomst
Copyright 2007 by Jeroen van Craaikamp